Daar groeien doperwten…

Dit voorjaar telen we doperwten. Ze staan op het land tegenover de boerderij en hoewel er in de polder ondertussen vele hectaren van het gewas staan, is de teelt nieuw voor ons.

Doperwten en peultjes behoren tot dezelfde plantenfamilie. De doperwten zitten in het peultje, de schil. Verschillende rassen zorgen voor het beste, malse peultje en andere rassen zijn ontwikkeld voor het beste doperwtje voor bijvoorbeeld soep of conserven. De doperwten die bij ons in maart zijn gezaaid zijn voor de conserventeelt en zitten straks in de potjes van Coroos.

Beregenen

Vanwege de droogte in het voorjaar moesten we voor het zaaien beregenen om een goed en voldoende fijn zaaibed te kunnen maken. Uiteindelijk zorgde die vochtige grond ervoor dat de planten snel groeiden. Ze moeten nog even doorgroeien, ze zijn nu zo’n 30 centimeter hoog, maar daarna kan de oogst van de erwten beginnen.

Stikstof vastleggen

De teelt van erwten is vrij gemakkelijk. De plant heeft niet veel nodig, het maakt zijn eigen stikstof. Dat vangt hij op uit de lucht en legt de plant vast in de grond. De planten hoeven niet heel lang te blijven staan om geoogst te worden. Na ongeveer drie maanden zijn de planten zo’n 60 centimeter hoog en krijgen ze bloemen. Nadat deze zijn uitgebloeid kunnen de erwten, ergens in augustus, van het land worden gehaald. De erwten zullen worden gebruikt voor conserventeelt en de financiële opbrengst is weliswaar niet hoog, maar nog altijd beter dan de teelt van tarwe.

Kniptor

Doordat de erwten vroeg van het land zijn, kunnen we de grond nog een paar keer bewerken. Bijvoorbeeld met een schijveneg. Op die manier hopen we de eitjes van de kniptor aan het oppervlak te krijgen, waardoor ze kunnen uitdrogen. De larven van de kniptor, koperwormen, kunnen namelijk de aardappelen aantasten.